Wormbestrijding bij pluimvee

Het doel van wormbestrijding bij hobby-matig gehouden kippen is dat de dieren geen gezondheidsproblemen oplopen van wormen. Bij intensief voor productie gehouden dieren is het daarnaast van groot belang dat wormen geen negatief effect hebben op de productie. Veelal wordt er bij deze categorie dieren naar gestreefd de dieren min of meer wormvrij te houden

Opname wormeitjes vermijden

Om wormbesmetting te vermijden zal in de praktijk er voor moeten worden gezorgd dat de kippen zo min mogelijk wormeitjes opnemen. Om de kans op opname van geëembryoneerde wormeitjes te beperken zijn de hieronder beschreven maatregelen effectief

  • Houd het strooisel schoon en droog. Zorg voor voldoende ventilatie in de hokken. Vervang het strooisel regelmatig
  • Geef het voer in bakken. Strooi het niet op plekken waar kippen veel mesten.
  • Indien mogeljk probeer contact te vermijden met wilde vogels, die infecties mogelijk kunnen introduceren
  • Houd ongedierte als kever, slakken en regenwormen zoveel mogelijk buiten de deur. Deze dieren kunnen mogelijk tussengastheer zijn voor een aantal maagdarmwormen.
  • Dieren die worden geïntroduceerd in de koppel zoveel mogelijke behandelen voordat ze worden toegevoegd

Mestonderzoek en eventueel behandelen

Als opname van geëembryoneerde wormeitjes niet is te vermijden moet er voor worden gezorgd dat de wormen welke zich ontwikkelen uit de opgenomen wormeitjes niet de omgeving gaan besmetten met grote aantallen wormeitjes. Om dit te bepalen is mestonderzoek noodzakelijk, waarbij afhankelijk van de uitslag een behandeling wordt geadviseerd. Bij behandeling staat voorop dat besmetting van de omgeving moet worden vermeden.

Bij bedrijfsmatig gehouden dieren moet de uitslag van het mestonderzoek worden beoordeeld in samenhang met de kengetallen, ontwormingsgescheidenis, klinische inspectie en eventueel secties uitgevoerd door de dierenarts. Indien haarwormeitjes aanwezig zijn zal vrijwel altijd besloten worden tot een behandeling.

Lichte infecties met spoelwormen (EPG < 500) worden alleen behandeld bij verminderde resultaten, hetzelfde geldt voor lintwormen; alleen behandeling bij klachten. Bij hobby-matig gehouden dieren zal de uitslag van het mestonderzoek worden met beoordeeld met de leeftijd van de koppel en observaties van de eigenaar tav de gezondheid. Een koppel met vermagerde jonge dieren en een EPG = 800 zal vaak wel worden behandeld terwijl een koppel met volwassen hennen en een EPG = 1.000 zonder klachten veelal geen behandeling nodig heeft. Bestel hier een wormcheckkit!

Ontwormingsmiddelen

Voor bedrijfsmatig gehouden dieren is slechts een middel beschikbaar in Nederland: flubendazol (Flubenol, Flutelmium). In een enkele dosering werkt flubendazole alleen tegen rondwormen, in dubbele dosering is het middel ook werkzaam tegen lintwormen.
Voor hobby-matig gehouden dieren waarvan de eieren niet worden geconsumeerd staan meer opties open; ivermectine, febantel, fenbendazole. De ivermectine is ook werkzaam tegen enkele eventueel aanwezig ectoparasieten.

Quarantaine behandeling

Als dieren worden geintroduceerd in de koppel is het verstandig om de ze dieren zoveel mogelijke behandelen voordat ze worden toegevoegd, om insleep van wormen zoveel mogelijk te voorkomen.